Bertus vertelt

Als in de vroege voorjaarsnachten
nog laat de dwaze merel fluit:
tot niets dan poëzie bij machte
stort hij zijn ziel in fuga’s uit,
want aan de witte berkenbomen
heeft zich het eerste groen gezet; –
dan gaan ook wij teloor in dromen
dan zoekt de ziel haar bruiloftsbed.

En toch, van alle gouden reizen
keert men terug, arm en ontdaan;
het nieuwste van de paradijzen
blijkt morgen weer de jongste waan;
geschud, bespeeld door alle winden,
een voorjaarsberk gelijkt ons lot,
en daar is nimmer rust te vinden
totdat gij rust, o hart, in God

Bertus Aafjes

Advertisements

uit Adagio

Tags

 

‘t Gebergte ligt
in de nacht verborgen,
maar d’hoogste toppen
zijn verlicht.
Zij zien het worden van
de morgen
in ‘t aangezicht.

Zo glinsteren
de kristallen tinnen
van mijne ziel
in Gods gelaat,
terwijl zij zelf in de nacht
der zinnen
verdronken staat.

En wijl zij smacht naar
‘t eeuwig flonkeren
zuigt zij zich vast
aan d’ijdelheid.
En angstig tussen licht
en donk’ren
vergaat mijn tijd.

O Heer, laat mij
het nog beleven
dat Uw genadig morgengoud
door gans mijn ziele
wordt geweven,
want ik word oud.

Felix Timmermans